MANCHESTER TERRIERS

 "VAN HOBEUCHEM"

over de Manchester Terriėr

 

 

start
welkom
over de Manchester
onze honden
Vulcan
Laila
foto's
links

Geschiedenis

Rasstandaard

Rasportret

 

Geschiedenis

De Manchester Terriėr is een eeuwenoud ras, er staat reeds een Manchester afgebeeld op een illustratie van het manuscript “The Hours of the Virgin”, een getijdenboek uit de vijftiende eeuw. 
Hij werd voor het eerst beschreven door Dr. Caius in “De Canibus Brittannicus”, een studie over Britse honden waarin hij 25 rassen onderscheidt (ca 1570).
De hond die hierin wordt beschreven, had een ruwe vacht, stond lager op zijn benen en was een stuk zwaarder dan de huidige Manchester.
Eigenlijk is de Manchester Terriėr een atypische terriėr, hij jaagt bovengronds, terwijl de meeste terriėrs ondergronds jagen (terra is de Latijnse naam voor aarde). 

Vermoedelijke voorvaders zijn de ruwharige Old English Black and Tan Terriėr en de uitgestorven Engelse Witte Terriėr
De oorspronkelijke benaming was Black and Tan Terriėr.  Op het einde van de negentiende eeuw kreeg hij zijn huidige benaming doordat hij veel voorkwam in en rond Manchester.
De Britse Kennelclub paste de naam in 1924 aan.

Tijdens de industriėle revolutie (eind 18de – begin 19de eeuw) ontstonden grote armoedige arbeiderswijken in de steden waar de hygiėne zwaar te wensen overliet. 
Dit trok enorme hoeveelheden ongedierte aan (muizen, ratten, luizen, vlooien …). 
De Manchester werd volop ingezet om aan deze plaag iets te doen door hem te laten jagen op vooral ratten.  Tijdens de weekends  (de vrije dagen voor de arbeiders) werd hij ook wel gebruikt bij de konijnenjacht om vlees op tafel te brengen.


Rond 1850 kruiste John Hulme de Black and Tan Terriėr met de zogenaamde “snapdog”, een voorloper van de Whippet om ze nog sneller en beweeglijker te krijgen..
Rond 1870 was de Manchester Terriėr één van de populairste rassen van Engeland. 
Hij werd gebruikt als rattendoder in wedstrijdverband (zgn. ratkilling in ratpits), waarbij weddenschappen met grof geld werden afgesloten.
Ook bij “coarsing” (jacht op konijnen binnen een afgezet gebied) werd vaak beroep gedaan op de Manchester Terriėr.

Door het verbod op gokken bij dierengevechten en het verbod op het couperen van de oren (1897), ging de populariteit snel achteruit. 
De Eerste Wereldoorlog was nefast voor vele hondenrassen, ook de Manchester ontsnapte hier niet aan. Enkel door de inspanningen van een paar enthousiaste kenners en liefhebbers (Mr.Hazelwood, Colonel Dean, …) bleef het ras min of meer op peil.

In 1937 werd de British Manchester Terrier Club opgericht om de belangen van het ras te verdedigen. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag.

De Tweede Wereldoorlog  gaf de genadeslag aan de Manchester, in 1946 waren er nog welgeteld 11 geregistreerde Manchesters met stamboom over, de meeste te oud om nog mee te fokken.
Miss Schwabe liet haar teef  “Julie of Dreams” dekken door de 13 jaar oude reu “Red Monarch”.  De twee pups die uit deze combinatie geboren werden, “Pretty Kitten of Dreams” en “Red Robin of Dreams”, zouden een cruciale rol spelen in het voortbestaan van het ras. 
Er werden ook enkele Manchester Terriėrs uit de Verenigde Staten ingevoerd, “Branlys Scaramouche”, “Sir Oscar of Chatham Farms”en “Gwinney Willows Thunderstorm”  waren  de belangrijkste.  Pikant detail : de twee laatste hadden gecoupeerde oren en werden dus uitgesloten van shows, er werd echter intensief mee gefokt.
De Britse Kennelclub liet ook onder bepaalde voorwaarden combinaties met de Toy Terriėr toe.

In 1955 werd de eerste naoorlogse kampioen gekroond : “Oldlane Sensation”.

Intussen is de Manchester Terriėr langzaam maar zeker aan een come-back bezig, al staat hij in zijn thuisland Groot-Brittanniė nog steeds geboekstaafd als “Vulnerable Breed” (kwetsbaar ras).  Dit houdt in dat er de laatste tien jaar gemiddeld minder dan 300 geboortes per jaar geregistreerd worden.  Bij de Manchester worden jaarlijks gemiddeld rond de honderd pups geboren in Groot-Brittanniė.

In Belgiė bestaat geen rasclub voor de Manchester Terriėr wegens hun erg geringe aantal (in 2007 werden 5 pups geregistreerd bij de Koninklijke Maatschappij Sint Hubertus).

In Nederland werd op 23 oktober 2009 de Manchester Terriėr Club Nederland opgericht (erkend door de Raad van Beheer op 8 oktober 2010). 
Ze telt momenteel om en bij de vijftig leden.

Sinds 1990 wordt elk jaar telkens in een ander land een  Europese Manchester Terriėr Happening gehouden.  Tijdens een weekend kunnen bezitters en fokkers uit verschillende landen elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen.  Er worden behendigheidsproeven voorgeschoteld en de honden worden op uiterlijk beoordeeld door een erkend keurmeester.  Op het eind wordt een rangschikking gemaakt en de winnaar mag voor een jaar de wisseltrofee mee naar huis nemen.  Het is een privé-initiatief, de resultaten zijn dus niet officieel erkend, maar het geeft de Manchester Terriėr bezitter wel de mogelijkheid om zijn hond te toetsen aan soortgenoten.  Eigenaars kunnen onderling ook specifieke items aankaarten, iets wat niet evident is voor dit ras.
Eigenlijk is dit de enige manier om meerdere Manchester Terriėrs uit een zelfde klasse met elkaar te vergelijken, als fokker of bezitter krijg je een goed beeld van de goede of mindere eigenschappen in uiterlijk en presteren ten opzichte van andere Manchesters.
Het is namelijk zo dat je op grote hondenshows zeer weinig Manchesters ziet opdagen en van competitie is dus weinig sprake.

 

Bronnen:

The British Manchester Club

Manchester Terriėr Club Nederland

Manchester Terrier – Muriel P. Lee – Kennel Club Books  #232 – 2007

Manchester Terriėr – Sandy Krijgsveld-Koster – 2008

Manchester Terriėrs “van Hobeuchem” - Eindwerk Hondenfokker Syntra - WalterVan Bockhaven - 2010

 

 

Rasstandaard

FCI Land van herkomst:

Groot Brittanniė
FCI-nummer: 71 
Rasgroep: 3, Terriėrs, sectie 1

Algemene verschijning:

Een compacte, sierlijke hond, met een goed beendergestel.

Kenmerken:

De Manchester Terriėr is een vurige, oplettende, vrolijke en bedrijvige hond.  Scherpzinnig en toegewijd.

Schedelgedeelte

Schedel :  lang, vlak en smal, recht en  wigvormig, zonder zichtbare kaakspieren

Snuitgedeelte

gitzwart
Voorsnuit : goed opgevuld onder de ogen, toelopend
Kaken/Gebit : rechte kaak met een perfect en regelmatig schaargebit, d.w.z. de bovenste snijtanden sluiten nauw over de onderste snijtanden en staan recht in de kaken
Lippen : goed aaneensluitend

Ogen:

Klein, vurig en donker, amandelvormig.  Ze mogen niet uitpuilen.

Oren:

Klein en V-vormig. Ze worden goed boven de bovenbelijning van het hoofd gedragen en hangen dicht naast het hoofd boven de ogen.

Hals en schouders:

De hals moet behoorlijk lang zijn en van de schouders naar het hoofd versmallen.
De hals moet vrij van keelhuid zijn en bij het achterhoofd licht gebogen.
Schouders  : welgevormd en goed hellend.

Voorhand:

Het front is smal en diep. De voorbenen zijn volkomen recht en staan goed onder de hond, en zijn van een bij de hond passende lengte.

Romp:

Kort, de ribben zijn goed gewelfd, licht gebogen en opgetrokken achter de ribben.

Achterhand :

Sterk en gespierd en goed gebogen bij het kniegewricht.
De achterpoten zijn niet koehakkig, en niet met naar binnen gedraaide voeten.

Voeten:

De voeten zijn klein (tussen een hazen-en kattenvoet in). Ze zijn sterk en de tenen zijn goed gebogen.

Staart:

Kort, aangezet waar de bocht van de rug ophoudt.  De staart is dik bij het begin en versmalt zich tot een punt.  De staart wordt niet boven de ruglijn gedragen.

Gangwerk / beweging:

Het gangwerk is recht, vrij en evenwichtig, met goed uitgrijpende voorhand en een stuwende kracht in de achterhand.

Vacht

De beharing is dicht, glad, kort, glanzend en stevig van structuur.
De Manchester Terriėr heeft geen ondervacht.

Kleur:

 

De kleur is gitzwart en rijk mahoniebruin (tan).
Deze is op de volgende wijze verdeeld : op het hoofd moet de snuit bruin zijn, behalve op de neus, die evenals het neusbeen gitzwart moet zijn.  Boven beiden ogen moet een bruine vlek aanwezig zijn.  Op beiden wangen moet een bruine vlek aanwezig zijn.
De onderkaak en keel moeten bruin zijn met een duidelijke V-vormige zwarte aftekening, net onder de kaak.  Duimafdruk en potloodstrepen op de tenen.  De voorpoten moeten vanaf de voorknie naar beneden bruin zijn, behalve de tenen, die zijn zwart gelijnd (pencilled).
Er moet een duidelijke zwarte duimafdruk (thumbmark) aan de voorkant boven de voet aanwezig zijn.  De achterpoten zijn aan de binnenzijde bruin, maar bij het kniegewricht met zwart doorlopen. Onder de staart bruin, de anus is eveneens met bruin omringd, maar zo dun mogelijk, zodat de staart het kan bedekken. 
Op de borst is aan beide kanten een bruine vlek ( Rosette).  Bruin op de buitenzijde van de achterpoten, een algemene broek (breeching) is ongewenst. Nergens mag het zwart zich met het bruin mengen, of omgekeerd, de afscheiding van de kleuren moet scherp zijn.
Witte vlekken zijn niet toegestaan in de vacht.

Grootte:
 

De ideale schofthoogte voor reuen is: 40-41 cm.(16 inch)
De ideale schofthoogte voor teven is: 38 cm (15 inch)

Fouten:

 

Iedere afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet, en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Opmerking:

De reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben, die goed in het scrotum zijn ingedaald.

 

 

 

 

 

Rasportret

Oorspronkelijke benaming

Black and Tan Terrier, eind negentiende eeuw kreeg hij zijn huidige benaming omdat hij frequent voorkwam in en rond Manchester.

Rasgroep

Groep 3 Terriėrs
Sectie 1 Grote en Middelmatige Terriėrs

Land van herkomst

Vermoedelijke voorvaders: de ruwharige Old English Black and Tan Terriėr en de uitgestorven Engelse Witte Terriėr.
Rond 1870 een van de populairste rassen van Engeland. Zij werden gebruikt als rattendoders in wedstrijdverband (zgn. ratkilling in ratpits), waarbij weddenschappen werden afgesloten. Na het afschaffen van deze sport en het verbod op het couperen van oren, ging de populariteit snel achteruit.  Door de twee Wereldoorlogen stierf het ras bijna uit (er zouden in Groot-Brittanniė nog slechts 11 Manchester Terriers overblijven). 
Na de Tweede Wereldoorlog mede door het importeren van Amerikaanse exemplaren weer bescheiden teruggekomen als huishond.

Oorspronkelijke en huidige taak

Vroeger rattendoder, nu goed gezelschap voor de baas en zijn gezin, zowel in de stad als op het platteland.

Algemeen

Compacte, sierlijke en elegante hond met goed bot. 
Is de minst herkenbare Terriėr.
Leeftijd gemiddeld 14 jaar

Schofthoogte

Reuen 40 - 41 cm, teven 38 cm

Gewicht

ongeveer 8 - 10 kg

Kleur

Manchester Terriėrs zijn 'black and tan', waarbij het diepe, mahonierode bruin op de kop, op de snuit, boven de ogen en op de wangen voorkomt, terwijl de neusrug zwart is. Ook de onderkaak en de keel zijn bruin, evenals de poten vanaf de knieėn. De tenen zijn overigens zwart  (potloodtekening).

Vacht

Vachtgroep 1 – Kort- of Gladhaar
De glad aanliggende, korte vacht is dik en glanzend. Deze voelt niet zacht aan.
Verharing : Blokverharing tweemaal per jaar

Verzorging

Met een rubberen borstel kunnen de dode en losse haren in de ruiperiode eenvoudig weggehaald worden. De vacht kan vervolgens met een zeem weer glanzend gemaakt worden. Verder heeft de Manchester Terriėr weinig vachtverzorging nodig.
Wel moet de gehoorgang schoongehouden worden en moeten de nagels kortgeknipt zijn

Medisch

Fokdieren worden getest op Von Willebrands Disease typeI (bloedstollingsziekte)
De Manchester is gevoelig voor idiopathische vasculaire necrose van de oorpunten.
Verhoogd risico op hydrocephalus (waterhoofd).

Karakter

De Manchester Terrier is gefokt als rattenvanger, maar is ook een prima gezinshond.
Deze opgewekte, sportieve en beweeglijke hond is zeer intelligent en erg leergierig.
Ze zijn evenwichtig, alert en waaks, waarbij er alleen geblaft wordt als er onraad is.
Ze hechten zich sterk aan de baas.

Sociale aanleg

Manchester Terriėrs gaan meestal prima om met kinderen. Ten opzichte van andere honden kunnen ze wat dominant zijn. Net als andere Terriėrs moeten ze op jonge leeftijd aan katten en andere huisdieren gewend raken om problemen op latere leeftijd te voorkomen. Manchester Terriėrs zijn uitstekende ratten- en mollenvangers

Opvoeding

De Manchester Terriėr is een slimme hond. Bovendien is hij leergierig en doet hij zijn baas graag een plezier. Daardoor is de opvoeding van deze hond niet moeilijk.
Een Manchester Terriėr blinkt uit in behendigheidsspelletjes en flyball en ook op gehoorzaamheidstrainingen slaat hij geen gek figuur.
Een Manchester Terriėr heeft veel beweging nodig. Rennen en spelen kan prima in deze behoefte voorzien.

Bijzonderheden

Tijdens drukke evenementen werden de erg kleine Toy Terriėrs (2 ą 3 kg) door de eigenaar verborgen in zijn jaszak.  Wanneer dan een zakkenroller zijn kans waagde, liep hij het risico op een felle beet.
De Dobermann Pinscher, de Jagdterrier, de Beauceron, de Lancashire Heeler en de Australische Cattle Dog hebben allemaal Manchesterbloed in hun aderen.

 

 

 

 

 

start | welkom | over de Manchester | onze honden | Vulcan | Laila | foto's | links

                                                                                                        Raymonda De Ridder ©2011                                                                                                                                Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 20 augustus 2014